Het orgel heeft 33 registers verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en pedaal. Het instrument is nagenoeg geheel in originele toestand. Bijna alle pijpen stammen uit de bouwtijd van het orgel. Het jaar van oplevering is 1772. De orgelkas werd gemaakt door Lubbartus Bekenkamp. Het snijwerk werd vervaardigd door Anthony Dz. Smits en de beelden zijn van de hand van B. Kreemer.

 

orgelpijpen hoofdwerk
Fotograaf: Marcel Lameijer

 

Dispositie

Manuaal

Rugwerk

Pedaal

 

 

 

Gedackt 16’

Fluitdoux 8’

Bourdon 16’

Praestant 8’ af c1 2 st.

Quintadena 8’

Praestant 8’

Baarpyp 8’

Praestant 4’

Gedackt 8’

Holpyp 8’

Holpyp 4’

Roerquint 6’

Octaav 4’

Nazat 3’             

Octaav 4’

Gemshoorn 4

Octaav 2’

Nagthoorn 2’

Quint 3’

Spitsfluit 2’

Basuyn 16’

Octaav 2’

Scherp 4 st.

Trompet 8’

Woudfluit 2’

Sexquialtera 2-3 st.

Schalmey 4’

Mixtuur 4-5 st.

Dulciaan 8’

Cornet 2’

Cornet 3 st. Disc.

 

 

Trompet 8’

 

 

Vox Humana 8’